Boekentoren - Universiteitsbibliotheek - Gent  
 
 
Foto Gert Defever



 
 
 
 
 
 
 
 


 
 
 
 
 
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 

 

Boekentoren

Architect Henry van de Velde (1863-1957) kreeg in 1933 op 70-jarige leeftijd, en na een lange internationale carriëre, een eerste overheidsopdracht in België.  Het modernistische complex omvat de universiteitsbibliotheek (Rozier) en het Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde (HIKO, hoek met Sint-Hubertusstraat).  De opdracht voorzag aanvankelijk ook uitbreiding tot aan het Sint-Pietersplein met de Instituten voor Dierkunde, Farmacie, Mineralogie en Geologie.

Foto ?

In navolging van enkele Amerikaanse bibliotheken wou van de Velde een hoogbouw om het boekenmagazijn in onder te brengen.  Ofschoon dit vanuit bibliotheconomisch oogpunt verre van ideaal was, kreeg van de Velde zijn zin.  Meer nog, bij elk nieuw voorontwerp, bleek de toren telkens wat hoger te worden.  De architect schonk Gent een vierde toren die bovendien op het hoogste punt van de stad lag.  De middeleeuwse torens kregen een stevige concurrent met de Boekentoren.  De toren symboliseert de kracht van de wetenschap, de universiteit en het boek als universeel communicatiemiddel.

De massieve toren kreeg uiteindelijk 24 verdiepingen en een hoogte van 64 meter.  Hij biedt plaats aan twee miljoen banden.  Het belvédère, de bekroning van de toren is het resultaat van tientallen voorontwerpen.  Deze lichtgevende parel -vergelijk het met een vuurtoren- is een baken in het stadslandschap.  Van de Velde opteerde voor een volledige gewapende betonconstructie.  Gustave Magnel (1889-1955) stelde een innoverende glijdende metalen klimbekistingstechniek voor, waardoor gladde wanden mogelijk werden.  De vloerplaten zijn amper 9 cm. dik en dat komt door de vele betonnen kolommen.

In het complex, vinden we behalve het spectaculaire torenmagazijn, een grote leeszaal, tijdschriftenzaal, cataloguszaal, bureaus voor de professoren en verder nog een wiegendrukken-, kaarten- en prentenzaal.  Tegelijk werden het HIKO, een museum voor archeologie en etnische kunst en een conciërgewoning gebouwd.  Overal vinden we grote glas-in-staalpartijen, glooiende afrondingen van de hoeken en betonnen luifels voor de ingangspartijen.

Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, werd de binnenafwerking sterk bemoeilijkt.  Heel wat meubilair -door van de Velde ontworpen- werd nooit geleverd. Meerdere kunstenaars werden aangesproken voor de aankleding van het gebouw.  Uiteindelijk werden enkel het beeld van Karel Aubroeck (De Runeleesster) en het bas-reliëf van Jozef Cantré aangebracht.  Muurschilderingen van Constant Permeke, Fritz Van den Berghe en Gust De Smet werden nooit uitgevoerd.

In de jaren '60 doken nieuwe problemen op.  Een laag epoxyhars werd over het volledige gebouw aangebracht, omdat de betonwapening te dicht bij de oppervlakte lag.  Op 1 juli 1992 werd het gebouw beschermd als monument.

Henry van de Velde en Gustave Magnel stonden als architect en ingenieur ook aan de wieg van het Academisch Ziekenhuis in Gent.

Bron :
Een toren voor boeken : Henry van de Velde en de bouw van de Universiteitsbiliotheek en het Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde te Gent, Gent, 1986, 214 p.


Architectuur in Gent